Ik ben drieënzeventig. Toen een vriendin me over Marleen vertelde, heb ik eerlijk gezegd gelachen. Genot, op mijn leeftijd. Dat was iets van lang geleden, dacht ik, iets dat met de jaren vanzelf was weggeëbd. Ik had er vrede mee. Of dat dacht ik.
Wat me over de streep trok, was de toon. Geen gehijg, geen moeten. Marleen schrijft nuchter, alsof ze naast je op de bank zit. Ze zei iets wat me bijbleef: dat het niet bij een ander begint, maar bij jezelf. Dat sprak me aan. Ik ben mijn hele leven gewend geweest om er voor anderen te zijn. Voor mezelf zorgen op die manier, dat had ik nooit geleerd.
Het vallei-orgasme, zo heet het. Ik kende het woord niet. Het bijzondere zit hem erin dat je juist niet je best moet doen. Ik was gewend te denken dat zoiets hard werken was, toewerken naar een hoogtepunt. Marleen leert je het omgekeerde: de tijd nemen, de opwinding beteugelen, op het juiste moment niets doen. En dan, als je het loslaat, neemt je lichaam het over. Het komt in golven. Lange, warme golven die maar blijven komen.
Het geheim zit niet in harder je best doen, maar in durven loslaten.
De eerste keren gebeurde er weinig, en dat mocht. Geen oordeel, alleen oefenen. Ik deed het rustig, met de chi kung-oefeningen erbij die je krijgt. En op een avond was het er ineens. Ik schrok er bijna van, zo lang en zo zacht. Ik heb gehuild, niet van verdriet maar van iets dat ik niet eens een naam kan geven. Iets dat ik al die jaren had gemist zonder het te weten.
Wat me het meest verbaast, is wat het buiten de slaapkamer met me doet. Ik slaap als een roos. Ik heb meer energie dan jaren. Ik sta steviger, ik durf meer, ik voel me lichter. Een buurvrouw vroeg laatst of ik verliefd was. Dat was ik ook, geloof ik. Op mezelf, voor het eerst van mijn leven.
Ik vertel het niet aan iedereen, want er rust nog altijd een schaamte op. Maar tegen elke vrouw die twijfelt of het de moeite is, zou ik willen zeggen: het is nooit te laat. Je lijf weet meer dan je denkt. Geef het de tijd om het je te laten zien.
”— Nora, 73







